Logboek
Sociaal-emotioneel
Het sociaal-emotionele domein komt het meest voor in de logboeken. Een terugkerend knelpunt is emotieregulatie. Leerkrachten beschrijven dat nieuwkomerskleuters soms moeite hebben met het uiten van gevoelens op een passende manier en dat gewenst gedrag niet altijd vanzelf komt. Leerkrachten zetten aanpakken in zoals visuele ondersteuning, timers en individueel contact om de kleuter te begeleiden. De reacties zijn wisselend: soms positief, maar vaker semipositief. De kleuter reageert dan wel op de aanpak, maar heeft daarbij begeleiding nodig.
Cognitief
Op cognitief gebied blijkt dat nieuwkomerskleuters moeite hebben met het volgen van groepsactiviteiten door de taalbarrière. Vooral in de kring en tijdens instructiemomenten is het lastig om volledig aan te sluiten. Leerkrachten spelen hierop in door kleinere groepjes aan te bieden, afbeeldingen in te zetten en thematisch te werken. Dit zorgt er in meerdere gevallen voor dat kleuters actiever meedoen en meer durven te spreken. De reacties op deze aanpakken zijn overwegend positief.
Cultureel
Op cultureel gebied worden twee terugkerende thema's zichtbaar. Ten eerste zijn er verschillen rondom gewoonten en verwachtingen thuis en op school, bijvoorbeeld rondom eten en dagelijkse routines. Ten tweede verloopt de communicatie met ouders soms moeizaam door de taalbarrière. Leerkrachten zoeken hierin naar oplossingen, zoals het inzetten van gebaren of een vertaalapp, maar dit vraagt extra tijd en inspanning. De reacties op culturele aanpakken zijn wisselend.
Interviews leerkrachten
Op cognitief vlak blijkt dat leerkrachten moeilijk kunnen inschatten of een nieuwkomerskleuter een instructie heeft begrepen. Voordoen, visueel ondersteunen en herhaling werken het best. Abstracte begrippen zoals meer, minder en evenveel zijn extra lastig tijdens de rekenlessen. Pre-teaching helpt kinderen beter aan te sluiten bij de groep, maar hier is (te) weinig tijd voor. De overgang naar groep 3 is moeilijk te beoordelen: kinderen kunnen soms technisch lezen, maar begrijpen de betekenis nog niet.
Sociaal-emotioneel zijn veiligheid en nabijheid de basisvoorwaarden. Routines en dagritmekaarten geven kinderen houvast en rust. Heftig gedrag is lastig te sturen, zeker als leerkrachten weinig weten over de achtergrond van het kind. Coöperatieve werkvormen blijken goed te werken voor zowel taalstimulering als sociale interactie.
Cultureel gezien is het grootste knelpunt dat leerkrachten bij instroom nauwelijks informatie over het kind krijgen. Er is behoefte aan een voorbereidend overleg vóór de start. In het contact met ouders werkt de tolktelefoon goed, en een buddy-systeem met andere ouders zou de drempel kunnen verlagen. Het inzetten van de eigen cultuur en thuistaal van het kind vergroot de betrokkenheid in de klas.
Interviews kinderen
Als aanvulling op de interviews met leerkrachten zijn ook zeven kleuters zelf aan het woord gekomen. De gesprekken verliepen wisselend: bij sommige kinderen verliep de communicatie soepel, bij anderen was de taalbarrière groter. Toch leverde dit waardevolle inzichten op, juist omdat de antwoorden van de kinderen soms verrassend waren.
Wat opvalt, is dat alle zeven kleuters aangeven school leuk te vinden. Ook geven ze allemaal aan vriendjes te hebben, al verschilt het aantal: de een noemt er één, de ander wel vijf. Dit sluit aan bij de bevindingen uit de leerkrachtinterviews, waarin sociale integratie als wisselend maar over het algemeen positief werd beschreven.
Opvallend is verder dat zes van de zeven kinderen de opdrachten die tijdens het interview werden aangeboden konden volbrengen. Dit suggereert dat nieuwkomerskleuters meer begrijpen dan op het eerste gezicht lijkt, een bevinding die leerkrachten bevestigen, maar in de dagelijkse praktijk soms onderschatten.
De vraag wat moeilijk is op school bleek voor de meeste kinderen lastig te beantwoorden. Dit lijkt echter niet alleen samen te hangen met de taalbarrière, maar ook met de leeftijd: jonge kinderen hebben van nature moeite om hun eigen leerproces te verwoorden. Tot slot noemden meerdere kinderen dezelfde leerling M. en A. als een bron van onrust. Dit is opvallend, omdat M. en A. ook in alle leerkrachtinterviews prominent naar voren komen. Dat zelfs de jongste deelnemers aan dit onderzoek dit benoemen, onderstreept hoe zichtbaar die situatie is binnen de groep
Maak jouw eigen website met JouwWeb